Januari 2016

In de loop van mijn vijftigjarig componistenbestaan schreef ik ongeveer 300 stukken.
Mijn eerste ‘echte’ stuk is het kleine motetje voor koor a capella, ‘Je lève mes yeux,’ pseaume 121 uit 1964.
Sommige stukken zijn in de loop der jaren uit mijn herinnering verdwenen, of de titels zijn me ontschoten.
Intussen is de door Jaap-Jan de Rooy, [historicus/musicus] prachtig ingerichte werkenlijst erg nuttig om mijn geheugen op te frissen. Deze lijst is op mijn site te vinden.
Het is me in de loop van de jaren opgevallen dat sommige composities me dierbaarder, interessanter zijn dan andere.
Het komt ook voor dat een ‘geliefd’ stuk later mijn interesse verliest en tevens dat ik een wat verscholen/ondergeschoven compositie juist veel meer ben gaan waarderen.

Verschillende werken heb ik na verloop van tijd heringericht, of bepaalde delen uit een compositie benutte ik opnieuw en zette ik in een nieuwe omgeving: herinrichting.
Die herinrichtingen zorgen voor reflectie en actief componeerplezier.
Dat hernemen kan op velerlei manieren gebeuren. Een instrumentaal stuk kan vocaal worden of omgekeerd. Een vocale compositie kan een andere tekst krijgen. Een klein stuk kan worden uitvergroot of een monumentaal werk kan een kleinere lay-out krijgen. Sommige stukken kunnen versmelten tot een nieuwe compositie; zie ook het ‘archipel’-concept.

In 1974 schreef ik een stuk getiteld Three Times, voor groot koor en blazers. Daarin komt [voor het eerst] een koraal-achtige melodie voor die me tot op de dag van vandaag bezig houdt.
Ik denk dat ik die melodie intussen wel een keer of twaalf heb hernomen.
De laatste versie is heel recent. Ik gebruikte hem in een compositie voor gelijke stemmen en accordeon La Primavera, deze week gereed gekomen.
Het stuk is geschreven in opdracht van Het Nationaal kinderkoor olv Wilma ten Wolde ter gelegenheid van het vijfentwintigjarig bestaan van dit koor.
De melodie is hieronder afgedrukt.

Melodie


Die herinrichting doe ik meestal zelf maar soms gebeurt dat door een collega.

Bij deze een kleine geschiedenis van zo’n hernomen stuk.
In 1996 overleed mijn leraar en dierbare vriend Ton de Leeuw, 1926-1996.
Voor het befaamde Egidiuskwartet schreef ik als een ‘In memoriam Ton de Leeuw’ het madrigaal ‘Egidius waer bestu bleven?’.
Een korte tijd later maakte ik in zorgvuldige samenwerking met de gambist Ralph Meulenbroeks een intavolatie voor gamba-solo: ‘Tombeau pour Ton de Leeuw’.
Wat later herschreef ik deze versie voor cello solo. [Deze solo-versie is door Ewout van Dingstee prachtig opgenomen op de CD Soyons plus vite, label Quintone.]
Op verzoek van het duo Frans van Ruth en Doris Hochscheid schreef ik een nieuwe editie voor piano [ook quatre-mains] en cello; mooi uitgegeven in een donemus special edition.
Voor mijn CD Tombeau [2014, eigen beheer] richtte ik het stuk in voor de combinatie harp-cello en onlangs instrumenteerde ik het voor viool-cello-piano: voor het Van Baerletrio.
Tenslotte maakte mijn oud-leerling de componist/dirigent Rens Tienstra op mijn verzoek van het oorspronkelijke vierstemmige, [solistische] madrigaal een vijfstemmige zetting voor kamerkoor: terug naar de vocale bron.
En nu laatste woord over deze Tombeau pour Ton de Leeuw.
Thuisgekomen van het bezwerende Calefax-concert [donderdag 28 januari 2016, Tivoli-Utrecht], maakte ik voor deze vijf tovenaars een dag later mijn- voorlopig- laatste versie voor Calefax: altklarinet, althobo, altsaxofoon, basklarinet en fagot. Een Tombeau à 5 voor lage rietblazers in lage tessituur: Grave, profondo e lontano.
Zo gaan die dingen. 

De komende maanden wordt er her en der veel werk uitgevoerd: zie mijn site-agenda.
Verschillende van de uit te voeren werken zijn herinrichtingen.
Ik noem er enkele.
Het beroemde rietensemble CALEFAX, [ze vieren dit jaar hun dertigjarig bestaan] toert het land door met het door Raaf Hekkema gemaakte arrangement van het harmoniumstuk Archipel VII.
De nieuwe titel is Archipel VII/Double.
Op verzoek van dirigent Fokko Oldenhuis en saxofonist Ties Mellema voegde ik aan het a capella koorwerk Le Pavillon een autonome baritonsaxofoon-laag toe: Le Pavillon/Double.
Een andere ‘double’: op verzoek en in opdracht van het Haarlemse Kamerkoor Doulce Memoire en zijn dirigent Felix van den Hombergh schreef ik een muzikaal commentaar op het 16e-eeuwse gelijknamige madrigaal van Pierre Sandrin met de nieuwe titel Doulce Memoire/Double.
Eén van de eerste edities- zie boven- van Tombeau pour Ton de Leeuw, voor cello solo, klink in het concert dat Maria van Nieukerken geeft met Cappella Amsterdam, gespeeld door Angela Stevenson.

Tenslotte wil ik graag de première noemen van de compositie ’Aube’, op een tekst van Arthur Rimbaud, voor koor en orgel.
Geschreven voor de prestigieuze NTR-ZaterdagMatinee, 20 februari, 2016 in de Grote Zaal van het Amsterdamse Concertgebouw met het Groot Omroepkoor olv Marcus Creed en Leo van Doeselaar, orgel.
Dit stuk noem ik voor de grap mijn prive Hohe Messe. Het is een muzikale reflectie op belangrijke bronnen als het gregoriaans, de renaissance- polyfonie, volksmuziek, modaliteit, hybride elementen, ruimtelijkheid, kortom mijn eigen klank-archipel.

Een componist zonder vertolker is een leeg vat.
Veel, wellicht hoegenaamd al mijn compositie zijn ontstaan op verzoek van en vaak in nauwe en leerzame samenwerking met bevlogen en briljante musici.
Met velen koester ik een jarenlange, hartverwarmende vriendschap.

winter 2016