Canti Ornati, première 12 oktober 2013

Omtrent Canti Ornati, première 12 oktober 2013, 14.15u in de Grote Zaal van het Concertgbouw te Amsterdam
Groot Omroepkoor o.l.v. Gijs Leenaars en Leo van Doeselaar, orgel

Deze week (week 14, 2013) voltooide ik een koorwerk dat ik schreef in opdracht en op verzoek van Kees Vlaardingerbroek en de NTR-Zaterdagmatinee. Het stuk gaat op 12 oktober 2013 in première in de grote zaal van het concertgebouw van Amsterdam in het kader van de NTR-Zaterdagmatinee, aanvangstijd 14.15uur.
De uitvoerenden zijn het Groot Omroepkoor onder leiding van Gijs Leenaars en de organist Leo van Doeselaar, vaste bespeler van het orgel van het concertgebouw.

Ik splitste de ongeveer 50 zangers van het Omroepkoor in tweeën en zo staan aan weerszijden van het grote Maarschalkerweerd-orgel twee koren opgesteld in de traditie van de Venetiaanse dubbelkorigheid, de zogenaamde Cori Spezzati uit de 16e en 17e eeuw met de beide grootmeesters Gabrieli, Monteverdi en de Noord-Duitse Venetiaan Heinrich Schütz.
Dat is een heel mooie, dynamische muziekpraktijk van het over en weer musiceren, of het uitspelen van tegenstellingen, kortom een manier van doen die ik al mijn hele componistenbestaan beoefen. Het trefwoord is steeds ‘ruimte’ en mijn compositie evoceert die monumentale muziekpraktijk.

Als tekst koos ik een prachtige frase uit het Boek der Wijsheid van Jezus Sirach, een rabbijn uit het voorchristelijke tijdperk, ca 180 voor Christus. (Jezus Sirach 42:15 –25). Hij bezingt de schoonheid en de volmaaktheid van het geschapene. Eeuwen later zal een verre nazaat van deze oudtestamentische geleerde, de geniale Nederlander Baruch Spinoza (1632-1677) eveneens de lof zingen over dit volmaakte universum. En zijn visionaire uitspraak ‘Deus sive Nature’ - God of de Natuur - beroert ons nog hevig tot op dit moment.

Mijn compositie, getiteld Canti Ornati, Versierde Gezangen, bestaat uit vijf delen die eigenlijk als één groot doorgecomponeerd geheel te horen zijn.
De delen één tot en met vier zijn dubbelkorig. In het laatste deel splitsen deze beide koren zich op in zes kleine koortjes die zich over de zaal verspreiden. Dit deel, getiteld Canto Pieno a 25, bestaat uit een 24-stemmige canon (6 maal 4) en een éénstemmig koraal. Dit koraal, het prachtige Duitse kerklied ‘Wie schön leuchtet der Morgenstern’ geeft aan de statische, in zichzelf ronddraaiende canon ‘na verloop van tijd’ een onverwachte richting en toekomst.

Met veel vreugde heb ik de laatste maanden aan dit stuk gewerkt. Het componeren voor musici die ik ken, in dit geval ook nog eens oud-leerlingen, is zonder uitzondering altijd heel inspirerend en uitdagend. Heel graag heb ik dit werk dan ook, mede, aan hen opgedragen.
Ik verheug me bijzonder op dit concert.